22/02/2026 door Niels Roelen 0 Opmerkingen
Filistijnen
Nog één keer, vroeg Jorrit Bergsma om de kracht van een jonge krijger.
De tribune kleurde niet alleen oranje, maar zat ook vol met haarstukjes. ‘Extensions’ in de nek van de Nederlandse supporters die Jorrit Bergsma een cultstatus bezorgde. Bij de gewone races, verdwijnen zijn lange manen in het schaatspak en zijn het alleen deze supporters die je herinneren aan het matje van Bergsma. Hoe anders ligt dit tijdens de massastart.
Jorrit's halve finale is er een van rekenen, punten sprokkelen, secondes tellen en nagelbijten. De kracht voor goud lijkt niet meer in zijn benen te zitten. Onhaalbaar geworden alsof Delilah de voorgaande nacht stiekem zeven lokken uit de haardos van Samson heeft geknipt.
De finale wordt een lange ontsnapping die me op een vreemde manier doet denken aan de Tour van 1989. Aan een zelfde ongelooflijke solo van Gert-Jan Theunissen op weg naar Alpe d’Huez. Aan hoe zijn lokken door de rijwind op de rug van zijn strakke wielershirt dansen. Een vlucht die, het is nog ver, je eerst rustig aankijkt om vervolgens voorzichtig over te gaan in hoop en tot slot geloof in het ongeloof wordt.
‘Het is niet waar. Hij doet het,' op mijn sokken schaats ik mee over het huiskamerparket, 'hij flikt het gewoon!’
In zijn allerlaatste Olympische kunststukje kijkt Jorrit Bergsma voor de start nog een keer omhoog. Wat volgt zijn zestien rondes waarin hij alle favorieten het nakijken geeft. Een genadeloze afrekening met het complete peloton dat hij naar de Filistijnen rijdt.
Niels ®elen
Opmerkingen
Schrijf een reactie