02/02/2026 door Niels Roelen 0 Opmerkingen
Camping
Afgelopen weekend slenterde ik met Cristel door Parijs
Parijs 30 januari 2026
Lieve Arnon,
Vanaf Gare du Nord lopen Cristel en ik richting Stalingrad. De eerste paar haltes ligt de metro als een spatader aan de oppervlakte om vervolgens zoals het hoort onderhuids door alle ledematen van de stad te stromen.
‘Alexandre Dumas… Alexandre Dumas’, acht haltes na onze aankomst in Parijs voelt de pauze en het toonverschil waarmee het volgende metrostation steeds tweemaal aangekondigd wordt als een taalcursus via een app op je telefoon. Om mijn Franse tongval enigszins op te poetsen, mompel ik mee. Een accent dat me een compliment van de hotelreceptionist oplevert. Een jonge gast die enerzijds teleurgesteld lijkt dat hij zijn Engels niet kan etaleren, anderzijds zijn chauvinisme niet hoeft te verbergen.
Na onze koffers uitgepakt te hebben en een douche lopen we de stad in. Op zoek naar de zonsondergang van Parijs die het best bekeken kan worden vanuit het Parc de Belleville. Het hoogste punt in de stad, dat vanaf hier het makkelijkst te bereiken is via Père-Lachaise.
De begraafplaats heeft volgens Cristel iets weg van een overvolle camping. Een waar de doden overigens een beter leven hebben dan de daklozen in hun tentjes onder metrostation Stalingrad. Ik kan haar geen ongelijk geven en sta even stil bij een van de graven. Hoewel het in brons gegoten lichaam een aardig beeld geeft van hoe Victor Noir er uitgezien moet hebben, heb ik geen idee van wie deze man daadwerkelijk was.
Victor heet in werkelijkheid Yvan Salmon, legt Wiki uit. Een journalist die neergeschoten werd door de neef van Napoleon III en zo het symbool werd van verzet tegen het keizerlijke regime. Waar het grootse deel van de liggende bronzen Noir groen geoxideerd is, doet één enkele goudbruin glanzende plek vermoeden dat hij ook een goede minnaar was.
Slenterend tussen de doden die beveiligd worden door een groepje militairen, worden we even later aangesproken door een man in een auto. Mogelijk misleid door de klassieke pet en een leren jack die me iets Jean Paul Belmondo-achtigs geven, informeert hij naar waar het graf van Chopin te vinden is. Aan de manier waarop een oude dame vanaf de bijrijdersstoel richting het raam buigt en mij hoopvol aankijkt, vermoed ik dat hij het voor haar vraagt. Dat haar leeftijd ook het excuus is om in een auto over de begraafplaats te dolen.
Als tourist heb ik geen idee en terwijl ik hem naar de plattegrond bij de ingang wil verwijzen, schiet een toevallig passerende dame te hulp.
‘Chopin? Ja, ik weet wel waar die ligt, maar dan bent u hier echt verkeerd. Die ligt helemaal aan de andere kant.’ Het prachtige pleonasme van die opmerking, ontgaat haar volledig.
Liefs,
Niels
Niels ®elen
Opmerkingen
Schrijf een reactie