Tekening bij blog Niels Roelen

Moby Dick

 

Ik worstelde me door Moby Dick en dacht aan gefrustreerde blanke mannen die de wereldpolitiek bepalen.  

 

 

   ‘Vrijwel alle moderne romans zijn schatplichtig aan Moby Dick.’ Het was een wetenswaardigheid waar Kevin, een van de medewerkers in de boekwinkel, me op wees toen ik naar het boek vroeg. Evengoed zou het kunnen zijn dat ik het, zonder te weten waar, ergens gelezen heb.  Het doet er ook niet toe, ik begon in het boek als onderzoek. Niet voor een nieuwe roman, maar als link naar het verhaal van twee jongens uit mijn oude straat. Een eeneiige Albino tweeling die met hun ouders gevlucht waren uit Afrika. Opgejaagd vanwege dezelfde magische pigmentloosheid als de witte walvis.

   'Het was,' laat de verteller aan het begin van het verhaal weten, 'de de witheid van de walvis die me schrikbarend voorkwam.' Een angst die, zo blijkt later in het verhaal, haar fundament lijkt te vinden in de gedachte dat het wit van een albino de blanke man misleidt.

En hoewel deze superioriteit (van wit of blank) op zich van toepassing is op het menselijk ras zelf, waarbij de blanke zich meester voelt over ieder donker getinte stam.

   Zevenhonderd pagina’s Moby Dick bleken taaie kost die pas tegen het einde behapbaar en spannend werden. De scène waarin stuurman Starbuck het vertrek van kapitein Achab binnentreedt, een musket in handen neemt en overweegt om de kapitein in zijn slaap te doden, verschilde weinig van die waarin Shakespeare’s Macbeth op weg is om zijn koning te vermoorden. 

 

Is this a dagger which I see before me,

The handle toward my hand? Come let me clutch thee.

Art thou not fatal vision, sensible

To feeling as to sight? Or art thou but

A dagger of the mind, a false creation,

Proceeding from the heat-oppressed brain?

 

   Macbeth doodde zijn koning, maar Starbuck kalmeert zijn verhitte brein. Hij blijkt niet in staat de trekker van de geladen musket, het wapen waarmee de kapitein Starbuck eerder zelf dreigde neer te schieten, over te halen.

   ‘Er is één God die heerst over de aarde en één kapitein die heerst over de Pequod’,  waarschuwt de kapitein zijn eerste stuurman. Niets of niemand zal ooit in de weg van zijn wraak op Moby Dick, het monster dat hem zijn been afnam, staan.

  ‘Dat maniakale van kapitein Achab,’ zeg ik tegen Cristel tijdens een wandeling langs de Geul, ‘geeft het boek ook nu weer relevantie.’

   ‘Je hebt je er eindelijk doorheen geworsteld.’

   ‘Ja’, in plaats van naar die parallel te vragen, blijft het stil. 

   ‘Ik was niet van plan het te gaan lezen,’ klinkt het even later, ‘maar nu die walvis dood is kun je misschien beginnen aan het boek dat ik net las.’

   ‘Iedereen is dood behalve Moby Dick en de verteller. Meegesleurd naar de bodem van de zee. Allemaal over de kling gejaagd vanwege de persoonlijke frustraties van hun kapitein.’

   ‘Trump?’

   ’Oude blanke mannen in het algemeen. Trump, Netanyahu, Poetin, idioten die zich meester voelen, zich willen bewijzen en koste wat kost anderen meezuigen in hun megalomane idioterie.  Je vraagt je af hoe het kan dat zulke mannen op die posities terechtkomen.’

   In de verte klinkt de stoomfluit van de oude spoorlijn. Een eekhoorn die ons niet aan had zien komen vlucht de boom in. Een ijzige regen striemt uit het niets over ons heen en aan de helikopter die de koers in beeld brengt, zie ik dat we op tijd thuis zullen zijn voor de finale van de koers. We trekken een regenjas aan en lopen verder.

   ‘Het is hier prachtig.’

 

Niels ®elen

 

Een grap>>


 

Schrijf een reactie