Hondenfluitje

 

De eigen identiteit, dat wat jou uniek maakt, moet volgens sommige politici worden opgeofferd voor inheemse belangen.

Tijdens mijn missie in Afghanistan begon ik met schrijven. In maximaal 235 woorden, het aantal patronen dat ik tijdens patrouilles bij me droeg, kijk ik naar de politiek en oorlogen van nu. 

 

 

 

    “China neemt een wet voor etnische eenheid aan”. Meer dan 56 etnische groeperingen in het land, zoals de 12 mijoen Oeigoeren, worden langzaam maar zeker in het keurslijf van de “echte Chinees” geperst.  De wet die bij moet dragen aan een grotere nationale samenhang, klonk mij teveel als de Oosterse variant op de blonde haren, blauwe ogen, maar was hier nauwelijks nieuws. 

   Hoewel identiteit per definitie iets persoonlijks is, kenmerkend is voor het individu, waarschuwen politici wereldwijd voor het verlies van de eigen identiteit aan vreemden. Een gevaar dat ze ironisch genoeg bestrijden door je te overtuigen van de noodzaak om om die eigen identiteit te verruilen voor een nationale eenheidsworst.

   In Nederland was het Gouke Moes die zorgen maakte over de inheemse bevolking en een rechtszaak aanspande tegen de Nederlandse staat.

   ‘Wat bedoelt u met het woord inheems, wie of wat is inheems, ben ik inheems?’ Voor iemand die juist dit in zijn aanklacht benadrukt in een simpele vraag. Voor een man die enkele weken geleden nog minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap was, mag een heldere definitie geen probleem zijn.

   ‘Het is maar een woord…’ongemakkelijk draait Moes om de hete brij heen met woorden die zijn eigen aanklacht zorgvuldig van de tafel veeg. Maar daar was het hem ook niet om te doen.  Winnen of verliezen, zijn bijzaak. Hoofdzaak was een podium krijgen om op zijn hondenfluitje te kunnen blazen.

 

Niels ®elen

 

La guerre pour la guerre>>

 

Schrijf een reactie